Logo Universiteit Utrecht

Geschiedenis en didactiek

Meesterproeven

Hans Meulendijks: Wat te doen met J.P. Coen?

Door het ontbreken van pedagogical content knowledge is het voor veel geschiedenisdocenten lastig om multidisciplinariteit als vaardigheid in te bouwen in lessen, en om lessen te geven die de leerlingen als relevant ervaren. Voor dit paper heb ik onderzocht of twee nieuwe wetenschappelijke concepten, de temporele kaders van Björn Wansink en drie criteria voor relevant geschiedenisonderwijs van Dick van Straaten, gebruikt kunnen worden om in een praktische opdracht respectievelijk multidisciplinariteit te oefenen met leerlingen en om deze opdracht voor de leerlingen relevant te maken. Het product is een PO over het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn. De leerlingen moeten een actieplan schrijven gericht aan de gemeente Hoorn, waarin staat wat er met het standbeeld moet gebeuren. Hiermee analyseren ze hedendaagse perspectieven op Coen en nemen ze deel aan het publieke debat over koloniaal erfgoed. De effectiviteit van het ontwerp is getest in een 4-vwoklas van 21 leerlingen op UniC Utrecht. Middels kwalitatieve analyse van presentaties en de actieplannen en interviews achteraf is de effectiviteit van het ontwerp onderzocht. Het ontwerp, en bij extensie de temporele kaders, blijkt bruikbaar voor het aanleren van multiperspectiviteit. Daarnaast gaven leerlingen aan de les erg relevant te vinden, wat erop duidt dat de drie criteria van Van Straaten van relevant geschiedenisonderwijs effectief zijn als ontwerpcriteria.

Hans Meulendijks Vakdidactisch onderzoek – Wat te doen met JP Coen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Veiligheidsvraag (antispam) *